De blinde vlek van eigen fouten


Het is een bekend en haast fascinerend menselijk fenomeen: de scherpe blik die we hebben voor de fouten van een ander, in schril contrast met de blinde vlek die we koesteren voor ons eigen handelen. Veel mensen lijken er een onbewust sport van te maken om andermans misstappen, miscalculaties of zelfs maar theoretische misstappen (wat iemand zou kunnen hebben gedaan) onder een vergrootglas te leggen.

We zijn vaak kampioen in het vellen van een oordeel over de keuzes van de buren, collega’s of bekenden. Er hoeft maar iets mis te gaan of een beslissing anders uit te pakken dan gehoopt, en de kritiek ligt al klaar. Het voelt kennelijk ergens comfortabel of vleiend om de vinger te leggen bij wat een ander verkeerd doet; het geeft een tijdelijk gevoel van superioriteit.

Maar draai de lens om naar de criticus zelf, en het landschap verandert acuut. Over het eigen gedrag hoor je opvallend weinig. Of beter gezegd: als er al naar de eigen spiegel wordt gekeken, is het oordeel merkbaar milder. Sterker nog, velen lijken diep van binnen te geloven dat ze zelf onfeilbaar zijn. Als zij een fout maken, dan lag het aan de omstandigheden, aan pech, of aan de onredelijkheid van een ander. Het wordt al snel afgedaan als een incident of een misverstand.

Wat het extra wrang maakt, is de enorme meting met twee maten die hier vaak hand in hand mee gaat. Dezelfde mensen die anderen moeiteloos afrekenen op elk wissewasje, verwachten tegelijkertijd wel dat jij alles uit je handen laat vallen zodra zíj jou nodig hebben. Jij wordt geacht blindelings voor ze te rennen en altijd paraat te staan, alsof jouw tijd en energie minder waard zijn. Maar weetje ben beentje als je een keer niet direct kunt springen; dan ben jij degene die ‘nalatig’ of ‘egoïstisch’ wordt genoemd.

Uiteindelijk onthult zich hier de naakte waarheid van deze wereld: voor velen is liefde, vriendelijkheid en zogenaamde behulpzaamheid niet meer dan een goedkoop masker. Het is pure schijn, een strategisch middel dat alleen wordt ingezet om gedaan te krijgen wat ze zelf willen. De ander wordt voortdurend beoordeeld op diens daden en langs een keiharde meetlat gelegd, terwijl men zichzelf beoordeelt op de goede intenties en zichzelf intussen op een voetstuk plaatst als het onschendbare toonbeeld van rechtvaardigheid.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *